top of page

Field Notes_006_De managementvennootschap: pak het misbruik aan, hou het gereedschap

  • 13 jul
  • 6 minuten om te lezen
"De minister heeft gelijk over de ziekte. Hij vergist zich van orgaan. De managementvennootschap is niet het lek in de welvaartsstaat. Ze is de drukmeter die toont waar het lek zit."

Kernboodschap - De regering wil de managementvennootschap aanpakken omdat ze de welvaartsstaat geld kost. Deels terecht, en de nepconstructies verdienen alles wat op hen afkomt. Maar voor echte bedrijven die echt talent willen aanwerven, lost de managementvennootschap problemen op waar niets anders in het Belgische recht een antwoord op heeft. Hier is een voorstel in vijf punten dat het misbruik doodt en het gereedschap behoudt.


Elke Belgische begrotingsronde heeft een schurk nodig. Dit jaar is een van hen de managementvennootschap.


Vincent Van Peteghem, op zoek naar 16,6 miljard euro besparingen tegen 2029, wil de opmars ervan stoppen. Zijn argument: artsen, consultants en managers die via een eigen vennootschap werken in plaats van op een loonlijst, betalen minder belastingen en minder sociale bijdragen, en dat holt de welvaartsstaat uit. Beleidskringen hebben er een woord voor: vervennootschappelijking. De regering heeft al ingegrepen. Vanaf 2026 stijgt het minimumloon dat een bedrijfsleider zichzelf moet uitkeren van 45.000 naar 50.000 euro, worden voordelen geplafonneerd en gaat de belasting op liquidatiereserves omhoog.


Voor we verder gaan, twee dingen.


Eerst: wat is een managementvennootschap eigenlijk, voor wie er geen heeft? In plaats van een arbeidscontract te tekenen, richt de manager een vennootschap op, en die vennootschap factureert een vergoeding voor het werk op basis van een managementovereenkomst. Geen loonbrief, een factuur. Die ene verandering verhuist het inkomen uit de personenbelasting en de sociale bijdragen naar de vennootschapsbelasting.


Ten tweede, een bekentenis: ik heb er een. Ik leid een bedrijf via exact deze constructie. Lees dus alles wat volgt in de wetenschap dat de auteur zelf in het bad zit. Ik voeg er alleen aan toe dat ik ook aan de andere kant van de tafel heb gezeten, waar beslist wordt of je mensen via hún vennootschap inschakelt. Beide stoelen hebben me iets geleerd.


Waar de minister gelijk heeft


Laat ons beginnen met het stuk dat de verdedigers van de managementvennootschap liever overslaan.


Neem een loon van 100 euro, werkgeverskost. Tegen dat het op de rekening van de werknemer staat, blijft er minder dan de helft van over. België heeft de zwaarste loonwig van de hele OESO: 52,5% op een gemiddeld loon, met een marginaal tarief van 50% dat al rond 48.000 euro begint, vóór gemeentelijke opcentiemen. Dat is geen probleem van rijke mensen. Dat is een probleem van een verpleegkundige met anciënniteit.


Stuur nu hetzelfde geld door een vennootschap: 25% vennootschapsbelasting, of 20% op de eerste 100.000 euro voor kmo's die kwalificeren, plus uitkeringsmechanismen zoals de liquidatiereserve en VVPRbis-dividenden die winst later aan verlaagde tarieven vrijgeven. De kloof tussen de twee routes is enorm. En als de kloof tussen twee wettelijke wegen naar hetzelfde geld zo breed is, nemen mensen de goedkoopste. Niet omdat het criminelen zijn. Omdat ze kunnen tellen.


De minister heeft ook gelijk dat sommige van die vennootschappen nep zijn. Wees eerlijk over de test: als je vennootschap één klant heeft, geen personeel, geen echte kosten, geen risico, en enkel bestaat om een belastingtarief van 50% om te zetten in 25%, dan is het geen vennootschap. Dan is het een envelop met een btw-nummer. België heeft er zelfs een rechtsfiguur voor: schijnzelfstandigheid. Wie die constructies verdedigt, verdedigt geen ondernemerschap. Die verdedigt een korting.


Dus: het misbruik is echt, de rekensom klopt, en de opkuis is terecht. Gezegd, luidop, door iemand die er zelf een heeft.


Wat het debat mist


En hier is wat de begrotingsdiscussie nooit haalt. Vier dingen die een managementvennootschap doet en die geen enkel arbeidscontract in België kan.


Eén: ze laat een gewoon bedrijf toe om toptalent aan te werven. Stel je een familiebedrijf in Vlaanderen voor, 40 miljoen euro omzet, dat een operationeel directeur van zwaar kaliber nodig heeft. Het soort profiel dat elke maand telefoons krijgt van multinationals en Nederlandse concurrenten. Op een Belgische loonlijst kloppen de cijfers gewoon niet: om die persoon een competitief nettoloon te geven, moet het bedrijf grofweg het dubbele aan brutokost betalen. Een multinational vangt dat op met globale loonschalen en aandelenplannen. Het familiebedrijf niet. Zijn enige realistische zet is een managementvennootschap: de manager factureert een vergoeding, beide kanten kunnen leven met het bedrag, het talent blijft in België. Neem die optie weg en dat talent stapt niet braaf de loonlijst op. Het stapt naar de multinational, of naar Amsterdam.


Twee: ze laat beide partijen uit elkaar gaan als volwassenen. Het Belgische arbeidsrecht beschermt werknemers, en terecht; het is gebouwd voor relaties waarin de onderhandelingsmacht ongelijk verdeeld is. Een CEO die een mandaat onderhandelt, zit niet in die positie. Als een topmanager niet meer presteert, kan een bedrijf twee jaar vastzitten aan opzegrekeningen in plaats van het probleem op te lossen. Iedereen in het gebouw weet het, niets beweegt, en het zijn de gewone werknemers die de verlamming betalen. Een managementovereenkomst eindigt zoals commerciële contracten eindigen: met de opzegtermijn die beide partijen hebben onderhandeld, in maanden. En in de andere richting laat ze een manager toe een loopbaan te bouwen uit meerdere mandaten: eerst een bedrijf leiden, daarna besturen, adviseren, investeren. België zegt dat het meer ervaren onafhankelijke bestuurders wil. Dit is de rechtsvorm waarin die loopbaan geleefd wordt.


Drie: het beschermingsverhaal snijdt aan twee kanten. Critici zeggen dat de manager ontsnapt aan sociale bijdragen. Klopt. Wat ze er niet bij zeggen: de manager ontsnapt ook aan de bescherming. Geen werkloosheidsuitkering als het mandaat morgen stopt. Geen pensioen dat stilletjes opbouwt op kosten van een werkgever. Geen opzegvergoeding. Als mijn contract eindigt, eindigt mijn inkomen, punt. Dat is geen klacht; dat is de deal, en ik heb ze met open ogen getekend. Maar noem de deal dan wat ze is: geen sjoemel, een ruil. Minder bijdragen, minder bescherming, meer risico op eigen schouders. Sommigen onder ons vinden dat precies hoe een ondernemende loopbaan eruit hoort te zien.


Vier: het is hoe een manager eigenaar wordt. Dit is het argument dat mij het meest bezighoudt. Een managementvennootschap is het natuurlijke vehikel voor participatie in het bedrijf dat je leidt: intekenen op aandelen, opbrengsten doorrollen naar het volgende mandaat, mee-investeren naast de eigenaar. Elk onderzoek naar de middenmarkt zegt hetzelfde: managers die een stuk bezitten, gedragen zich anders. FieldNotes_005_Boardroom_Gap betoogde dat Europese bedrijven hun beste mensen verliezen omdat alleen stichters en erfgenamen ooit iets bezitten. Schaf de managementvennootschap af en je maakt dat erger. Dan krijg je een land waar managers eeuwig huurders blijven, en alleen familiekapitaal en buitenlandse fondsen ooit het huis bezitten.


Het voorstel


Verdedig dus niet het status quo. Kuis grondig op, en hou wat werkt. Vijf punten, geen expert nodig om ze te volgen.


1. Een echte substantietoets. Een managementvennootschap moet substantie aantonen: reële kosten, reëel ondernemersrisico, en binnen een paar jaar meer dan één inkomstenbron. Kun je dat niet aantonen? Dan is het loondienst, en wordt het belast als loondienst.


2. Pas de regels op schijnzelfstandigheid toe die er al zijn. De rechtsfiguur bestaat, de rechtspraak bestaat. Pas ze consequent toe in plaats van nieuwe regels te stapelen op regels die niet worden gehandhaafd.


3. Hou de loondrempel, en laat ze bijten. De stap van 45.000 naar 50.000 euro minimumloon is redelijk. Indexeer ze, sluit het achterpoortje van de voordelen, klaar. Een constructie die haar eigen bedrijfsleider geen normaal loon kan betalen, financierde toch al niemands pensioen.


4. Maak de envelop zichtbaar zonder proces. Een paar eenvoudige verklaringen, één klant of meerdere, personeel of niet, echte activiteit of niet, zodat de fiscus ondernemingen van enveloppen kan onderscheiden in één oogopslag in plaats van na vijf jaar procederen.


5. In ruil: hou het gereedschap, en begin de wig te verlagen. Dit is het stuk dat elke regering overslaat. Zolang werken in België aan meer dan de helft belast wordt, vinden mensen een weg errond; schaf deze constructie af en binnen het jaar staat de volgende er. Van Peteghem zei het zelf: de hoge lasten op arbeid zijn de wortel. Behandel de wortel. De welvaartsstaat wordt niet gefinancierd door tarieven. Ze wordt gefinancierd door mensen die dingen bouwen die het belasten waard zijn.


Wat je maandag kunt doen


Ben je eigenaar of voorzitter van een bedrijf dat managers zo inschakelt: leg er een volwaardige managementovereenkomst onder vóór de wittebroodsweken voorbij zijn, met scope, termijn, opzeg en leaver-bepalingen op papier. Betaal ruim boven de nieuwe drempel, niet er nipt over. En leg mee-investeren vroeg op tafel: wil je dat je manager zich als eigenaar gedraagt, laat hem er dan een worden.


Ben je zelf de manager: bouw je leven nooit op een belastingtarief, want dat verandert elke begrotingsronde. Bouw het op wat de constructie je echt geeft: de vrijheid om mandaten te combineren, het vehikel om te bezitten wat je mee opbouwt. Lees je eigen leaver-clausules zoals een advocaat dat zou doen. En hou een buffer aan, want niemand betaalt jou een opzegvergoeding.


De managementvennootschap zal deze minister overleven zoals ze de vorige heeft overleefd, omdat het probleem dat ze oplost echt is. Het debat dat de moeite waard is, gaat niet over de vraag of managers vennootschappen mogen hebben. Het gaat over de vraag of België managers wil die je kunt aanwerven, verantwoordelijk houden en eigenaar laten worden, en welk gereedschap het daarvoor wil laten bestaan.


De welvaartsstaat heeft er geen belang bij dat het antwoord nee is.


Ruben Claessens is CEO van een industriële groep in België en oprichter van LIDI Partners BV. Field Notes is het publieke archief van zijn werk over operatorschap, governance en de Belgische middenmarkt. Bewust gepubliceerd, op maandelijks ritme.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page